Home

Reacties en teksten van Lijst Blanco op moties en amendement in de raadsvergadering van 6 april 2017

Voorzitter, een blijk van moed of bijzondere behulpzaamheid kan in de voorliggende verordening inderdaad niet beloond worden met een Penning van Verdienste, en het is wat ons betreft goed wanneer dit wel mogelijk is. Dit lijkt abusievelijk vergeten te zijn in de verordening, en daarom is het juist dat hier voorgesteld wordt om dat te veranderen. Het kan namelijk zo zijn dat een dergelijke blijk van moed of bijzondere behulpzaamheid niet in aanmerking komt voor een Ereburgerschap, maar wel een beloning met een  Penning van Verdienste, verdient.
Verleent bijvoorbeeld iemand na een zwaar verkeersongeluk adequaat hulp en behoedt hij daarmee de inzittenden voor verder letsel, dan voert hij zijn burgerplicht op een bijzonder goede wijze uit, en daarvoor mag hij wat ons betreft beloond worden met een Penning van Verdienste, maar is een Ereburgerschap wellicht niet de juiste beloning.

 

In de overwegingen bij dit amendement staat dat Meierijstad al een fairtrade gemeente is. Als dat zo zou zijn, hoefden we deze motie niet meer te behandelen, want dan zou de aankoop van gerecycled of fairtrade edelmetaal vanzelfsprekend zijn. Wel stelt de Stichting Fairtrade Gemeente Schijndel in haar brief aan het gemeentebestuur van 11 januari jongstleden dat zij de ambitie heeft om in 2017 van heel Meierijstad een fairtrade gemeente te maken, op dit moment is immers alleen Schijndel dat, en die ambitie willen we ondersteunen.
Wat betreft de daadwerkelijke wijziging in de verordening zelf is het wat betreft Lijst Blanco goed wanneer er voor gerecycled of fairtrade edelmetaal gekozen wordt. Vindt de aankoop van dit metaal vervolgens ook nog plaats bij ondernem
ers binnen Meierijstad, dan is het helemaal goed geregeld.

Wel hebben we nog een vraag: Wat gaat het hanteren van fairtrade edelmetaal doen met de kosten? Op dit moment zijn de verwachte kosten van een gouden Erepenning 1850 euro per stuk en voor de eerste zilveren Penningen van Verdienste 192.30. Wat is de invloed van het hanteren van fairtrade-metaal hierop?

 

Vorige week is dit voorstel, om de ict-vergoeding van 18 euro af te schaffen, uitgebreid behandeld in de commissie Ruimte, Economie en Bedrijfsvoering, afgekort REB, van 30 maart.

Nog even kort, onder meer voor het publiek, de achtergrond van het voorstel: een raadslid ontvangt 1460,84 per maand als vergoeding, daarnaast maandelijks 8,54 bijdrage ziektekosten en nog een onkostenvergoeding van 167,65. Volgens ons is dit voldoende en daarom is het wat ons betreft niet nodig dat hierbovenop , onder het mom van een vergoeding voor de aanschaf van een ict-voorziening, nog eens 18 euro per maand aangevraagd kan worden.

Het feit dat papierloos vergaderd wordt en hiervoor een apparaat aangeschaft moet worden levert weliswaar kosten op, maar die kosten kunnen ruim uit de onkostenvergoeding die reeds beschikbaar is betaald worden.

Zoals eerder gesteld is de discussie vorige week in de commissie REB al gevoerd en die hoeven wij hier niet opnieuw te voeren, maar over dit gevoerde debat willen wij nog wel het een en ander kwijt:
Het lijkt alsof het voor fracties moeilijk is om een helder ja of nee uit te spreken. In het debat werd onder meer de afdrachtregeling van de SP, een kans om werkloos te worden en het feit dat we zuinig moeten zijn aangehaald, maar echte argumenten waarom een extra achttien euro voor een laptop of tablet bovenop een maandelijkse onkostenvergoeding van 167,50 benodigd is, werden niet of nauwelijks genoemd.
En dat is buitengewoon jammer, dat een deel van de aandacht uitging naar zaken die niet direct op het voorstel betrekking hadden.

Wel heeft deze discussie ertoe geleid dat wij, SP en Lijst Blanco, het voorstel gewijzigd hebben. Bij dezen is de strekking dat commissieleden het bedrag van 18 euro sowieso uitgekeerd krijgen, en raadsleden de mogelijkheid verliezen om de 18 euro aan te vragen.

Verder zijn de vergoeding en alle componenten daarvan een persoonlijke zaak voor ieder raadslid. Wij krijgen zelf iedere maand deze bedragen op onze rekeningen gestort. Dit is niet aan de fractie gerelateerd, het is helemaal persoonlijk. Een raadslid zou bijvoorbeeld zelf de vergoeding van 18 euro aan kunnen vragen, terwijl de fractie bepaald heeft dat dit niet wenselijk is en in dat geval komt de fractie dit ook niet zomaar te weten.
Verder is het ook zo dat men niet in andermans portemonnee kijken, zoals vorige week tijdens de commissievergadering werd gesteld, en daarom is het beter om met betrekking tot dit voorstel hoofdelijk te stemmen, dus bij dezen wil ik daartoe verzoeken.

 

Allereerst complimenten voor de heer Van Rozendaal voor zijn uitgebreide betoog.

De agrarische sector is voor lijst blanco een belangrijk onderwerp. Zo vroegen wij eerder al onder meer specifiek aandacht voor het VAB-beleid.

Deze motie betreft echter de agrarische sector in het algemeen. Een visie is benodigd om duidelijkheid te verschaffen omtrent het beleid in enkele belangrijke, fundamentele zaken. Neem bijvoorbeeld de inrichting van onder meer de oude Landbouw OntwikkelingsGebieden, de zogeheten LOG’s. Bedoeling van dit beleid was om de veeteelt juist in hoge mate te concentreren. Zo’n concentratie kan echter gevolgen hebben, bijvoorbeeld ten aanzien van zoönosen, ziektes die van dieren op mensen kunnen worden overgedragen, en endotoxinen, schadelijke stoffen afkomstig van bacteriën, die tot koorts en algehele malaise kunnen leiden.

Provinciale staten hebben reeds in maart 2012 en februari 2014 de Reconstructie- en gebiedsplannen ingetrokken, wat is uitgewerkt in de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (2010, partieel herzien in 2014) en de Verordening Ruimte (2014, 2015 herzien) van de provincie. Verder is de Reconstructiewet per 1 juli 2014 door het Rijk afgeschaft.

Zodoende zijn de LOG’s inmiddels van de baan, daarom is het nu bijvoorbeeld van belang om te weten te komen hoe het college de verspreiding van de veeteelt ziet: gaat zij voor concentratie of een zekere mate van verspreiding?

Verder roept deze motie op tot een activerend beleid. Hieronder verstaan wij bijvoorbeeld het binnenhalen van dependances van de HAS en Wageningen binnen deze gemeente. Er worden al reeds onderzoeken uitgevoerd door deze onderwijsinstellingen in onze gemeente, maar om dit te intensiveren kan het binnenhalen een goed voorbeeld zijn.
Ook is dit een voorbeeld van verwevenheid binnen portefeuilles, namelijk de onderwijsportefeuille en landbouwportefeuille.

Het is belangrijk dat het antwoord op vragen als deze, gezien de huidige problematiek, binnen afzienbare tijd gegeven wordt, maar ook dat snel stappen worden gezet om de agrarische sector in Meierijstad verder te ontwikkelen en daarom roept deze motie op om dit in een visie voor 1 januari 2018 vast te leggen.

 

Wonen is een basisbehoefte. Kan men geen aanspraak maken op sociale woningbouw, dan is men op de vrije sector aangewezen. Zijn in deze sector geen betaalbare, geschikte woningen beschikbaar, dan moet men zelf aan de slag, bijvoorbeeld door een nieuw huis te bouwen, of een ongeschikt huis op te knappen.  Is men echter wegens beperkte financiële middelen niet in staat is om dit ‘groen’, energieneutraal, of ‘duurzaam’ te doen – groene voorzieningen zijn immers, ondanks dat ze misschien gesubsidieerd zijn – nog steeds niet gratis, is het wat ons betreft niet goed dat in zo’n geval een dergelijke bouwer mee dient te betalen aan een ander die wel energieneutrale kan bouwen, aangezien die persoon daar wel de financiële mogelijkheden voor heeft.

Ook is het zo dat bouwen zonder energieneutrale maatregelen tot op heden niet ‘fout’ is, het bouwen in Nederland valt immers onder de regelingen van het Bouwbesluit. Dit is een landelijke regeling, dus voldoet een huis aan deze eisen, dan voldoet het aan de minimale eisen die wij aan een gebouwde of te bouwen woning stellen. Aangezien in zo’n geval een wettelijk toegestane woning gebouwd wordt, is het niet nodig dat men in de leges voor de vergunning hiervoor, meebetaalt aan de leges van energieneutrale huizen.
 

Verder zijn er heden ten dage ook andere ‘groene’ annex ‘duurzame’ regelingen waar men aan bij dient te dragen. Neem bijvoorbeeld de, inmiddels gelukkig verbeterde, bijtellingsregels, de Energiebelasting die doorberekend wordt aan de gebruiker en de Opslag Duurzame Energie (ODE). Hierdoor bestaat de rekening voor afgenomen energie voor 45% al uit groene heffingen.  Over deze laatste twee duurzame belastingen moet vervolgens zelfs nog 21% BTW betaald worden!
Op die manier draagt eenieder sowieso al deels bij aan maatregelen die duurzame energie bevorderen.

Dat duurzaamheid bevorderd wordt is wat ons betreft geen slechte zaak, maar om dat weer te doen door middel van financiële prikkels die vervolgens grotendeels op de burger afgewenteld wordt, is wat ons betreft niet de juiste vorm.

 

Voorzitter, een brede toets is altijd goed. Dat opgeroepen wordt om duurzaamheid in brede zin te toetsen aan alle mogelijkheden voor een bijdrage aan een duurzame ontwikkeling die mogelijk zijn, is wat ons betreft aldus geen slechte zaak.

Wat betreft het tweede verzoek, om bij alle raadvoorstellen met betrekking tot de paragraaf Participatie reeds in de ontwikkelfase diverse burgers en ondernemers te betrekken, hebben wij op het eerste gezicht twijfels. Om bijvoorbeeld het raadsvoorstel tot benoeming van een lid in het Algemeen Bestuur Werkvoorzieningschap De Dommel aan burgers en ondernemers voor te leggen lijkt me wat omslachtig. Wat ons betreft is dit verzoek aldus te breed geformuleerd en daarom zijn we op dit moment tegen de motie in haar huidige vorm.

 

Als Lijst Blanco stellen wij de zorgvuldigheid en actieve houding die gestimuleerd wordt met deze motie in principe op prijs. Wij hopen dat mensen met beperkingen, van laaggeletterdheid tot een lichamelijke beperking, ook tijdig om hun deskundigheid wordt gevraagd waar dat relevant, gezien het feit dat ervaring een hoge deskundigheid mee zich brengt in veel gevallen. Wij hopen dan ook dat er OOK actief gezocht wordt naar deze burgers om samen met hen te werken aan een inclusief Meierijstad. Wel betwijfelen wij of plannen om grotere bewustwording in de eigen organisatie nodig zijn, zoals de motie verzoekt. Wij nemen aan dat mensen met een beperking tot op heden waar nodig ondersteund worden om te kunnen functioneren binnen de organisatie.