Home

Inbreng Lijst Blanco sportnota

Donderdag 24 mei vond er een commissievergadering plaats. Daarin werd in de commissie Mens & Maatschappij de kadernota over sport behandeld. Fractievoorzitter was daarin kritisch over dat clubs die ondernemerschap hebben getoond, zoals SCHM, nu nadelig worden behandeld. Verder stelde Lijst Blanco vragen over de compensatie van de lichten. Het is namelijk zo dat LED-verlichting wel wordt vervangen en een niet LED-lamp niet. Licht is wat ons betreft een basisvoorziening die vergoed dient te worden en dit scheelt de verveningen al snel honderden euro’s per jaar die eerst wel vergoed werden. Lijst Blanco zal daarom op dit punt een amendement gaan indienen tijdens de raadsvergadering van volgende week. Ten slotte wilde Lijst Blanco zekerheid dat er geen verenigingen gaan omvallen als gevolg van de fusie. Wethouder Coby van der Pas (CDA) verzekerde dat dit niet zal gaan gebeuren.

Lees hieronder het volledige betoog van fractievoorzitter Thijs van Zupthen

 

Dankuwel voorzitter,

De drie sportambities die beschreven staan in deze Nota, daar kunnen wij ons grotendeels in vinden. Zo is het goed dat er wordt ingezet op een veilig sportklimaat en dat vanuit de gemeente, verenigingen hulp geboden wordt om hiervoor een beleid op te stellen. Verenigingen bestaan immers voor het overgrote deel uit vrijwilligers en niet uit beroepskrachten, dus een helpende hand kan zeker geen kwaad. Het feit dat de subsidiëring in het uiterste geval kan worden ingetrokken, pas wanneer dit beleid volledig ontbreekt, vormt daarbij een gerechtvaardigde stok achter de deur.

Maar voorzitter, er zijn ook zaken waar we kritisch over zijn. Een daarvan is het feit dat aan alle verenigingen die hun hele of een deel van hun complex in eigendom hebben, eenzelfde aanbod wordt gedaan, te weten: het overnemen van de eigendom om-niet door de gemeente om vervolgens als vereniging huur te betalen, ongeacht wat de staat van het complex is en of de club er zelf, vanuit eigen middelen, in heeft geïnvesteerd. Dat is niet juist. Een van de actielijnen in deze nota draagt de naam ‘Ruimte voor innovatie en ONDERNEMERSCHAP’, maar als gevolg van deze regeling van het overnemen om-niet zijn het juist de verenigingen die eerder ondernemerschap hebben getoond en hun complex zelf aangepakt hebben, die nu al hun inspanningen zonder enige compensatie uit hun eigendom zien verdwijnen! Ze worden immers over een kam geschoren met de clubs die wellicht in mindere mate zulk initiatief hebben getoond.
Voorzitter, dat aan niet alle individuele situaties volledig recht kan worden gedaan is een onvermijdelijk gevolg van harmonisatie, dat is niet te voorkomen. Bepaalde kwesties gaan echter een normaal harmonisatieverschil te boven en deze is daar één van. Aangezien in de uitgewerkte nota wordt gesteld dat ‘Het merendeel van het maatschappelijk sportvastgoed en sportcomplexen wordt onderhouden door de gemeente Meierijstad,’ betreft dit probleem dus een kleinere, overzichtelijke groep van betrokken verenigingen en zou een gepaste behandeling mogelijk moeten zijn.

Vandaar een vraag aan de wethouder: vindt u, net als wij, dat het onrechtvaardig is wanneer een vereniging die eerder ondernemerschap toonde en zijn complex met eigen middelen onder handen nam, nu dezelfde regeling aangeboden krijgt als iedere andere vereniging, zonder enige vorm van compensatie voor de getoonde inzet en bestede middelen?

Een ander punt waar we vraagtekens bij hebben, is de vervanging van de verlichting van gehuurde sportvelden. Collega’s van TEAM stelden hier ook expliciet een vraag over. Voorzitter, het betreft hier GEEN DETAIL. Het vervangen van een niet-LED lamp kost al honderden euro’s, laat staan wat een LED-lamp kost. Wetende dat er elk jaar meerdere stuk gaan, dan bedraagt deze kostenpost voor een kleinere vereniging dus al gauw meer dan 10% van de jaarlijks verschuldigde huursom aan de gemeente, of anders gezegd, de contributie van tientallen leden. In de uitgewerkte nota is beschreven dat ‘de gemeente een basisvoorziening beschikbaar stelt, die zij wanneer nodig vervangt en waarvoor zij groot onderhoud uitvoert.’ Voorzitter, wat ons betreft is licht zo’n basisvoorziening! Het wordt anders immers tamelijk lastig om ’s avonds gebruik te maken van die voorziening, zonder licht. Wanneer een vereniging huur betaalt voor een veld, mag zij er wat ons betreft dan ook vanuit gaan dat er voor lampen wordt gezorgd. Dat men de energierekening voor het stroomverbruik van de lampen moet betalen, daar kunnen wij mee leven. Het is immers de stroom die de vereniging verbruikt, maar het zelf moeten vervangen van de lampen, dat gaat te ver. Het is verder zelfs zo dat de vereniging de lampen niet zelf mág vervangen, dit moet namelijk verplicht door een gespecialiseerd bedrijf gebeuren.

Vandaar een tweede vraag aan de wethouder: bent u het met ons eens dat een vereniging mag verwachten dat de lampen van de veldverlichting door de gemeente worden vervangen, wanneer zij voor dat veld huur betaalt aan de gemeente?

Voorzitter, ik kom aan mijn laatste punt: de wethouder stelt dat ‘Waar nodig in individuele situaties maatwerk zal worden toegepast in nauwe samenspraak met de betrokken verenigingen.’ Graag willen wij weten hoever de wethouder hierin wil gaan. De wethouder zei namelijk in een persbericht van november vorig jaar dat tot aan de harmonisatie van het sportbeleid ‘alle verenigingen overeind moeten kunnen blijven’.
De derde en laatste vraag luidt aldus: Past de wethouder ditzelfde principe ook toe ná de harmonisatie, bijvoorbeeld in het kader van een overgangsregeling?